AKO-Literatuurprijs 1996

Ga direct naar


Winnaar

  • Frits van Oostrom - Maerlants wereld

    Bij de bekendmaking van de nominaties voor de AKO-Literatuurprijs 1996 heeft de jury een motivering gegeven van de keuze voor (in alfabetische volgorde): Terug naar Negri Pan Erkoms van Rudy Kousbroek, Paardejam van Charlotte Mutsaers, Maerlants wereld van Frits van Oostrom, Bolland van Willem Otterspeer, Begeerte van Manon Uphoff en Zionoco van Leon de Winter. Het heeft de aandacht getrokken dat wij de nadruk hebben gelegd op boeken die in het algemeen tot de non-fictie worden gerekend. Rijkdom aan inhoud, literaire verbeeldingskracht, een uitstekende stijl en een overtuigende compositie zijn doorslaggevend geweest bij de beoordeling van de genoemde titels van Kousbroek, Mutsaers, Van Oostrom en Otterspeer. Dat deze criteria ook van toepassing zijn op Begeerte van Uphoff en Zionoco van De Winter, spreekt voor ons geheel voor zich. Uphoff staat aan het begin van haar schrijversloopbaan, terwijl de Winter al veel eerder blijk heeft gegeven van zijn grote inlevingsvermogen. Maar voor beide schrijvers geldt, hoezeer verschillend ook, dat zij meeslepende vertellers zijn, die ons door de bergen en dalen van de menselijke hartstocht voeren met alle gevaren en gevolgen van dien.

    Hoewel wij bijzonder ingenomen zijn met deze werken van pure fictie, hebben wij toch besloten de prijs toe te kennen aan een van de vier boeken uit de eerstgenoemde categorie, die van de non-fictie. Maar wat is non-fictie? Dit lijkt ons niet de meest aangewezen plaats en ook niet het meest aangewezen tijdstip om dit begrip voor eens en voor al af te bakenen. Wij bepalen ons dan ook maar tot een retorische vraag. Wat hebben de essays van Mutsaers gemeen met de autobiografische notities die Kousbroek maakte tijdens zijn reis terug naar Negri Pan Erkoms? Niets natuurlijk. Net zo min als Otterspeers levensbeschrijving van Bolland ook maar enigszins lijkt op Van Oostroms poging tot biografie van Maerlant.

    Gemakshalve verdelen we onze non-fictie titels voor deze gelegenheid maar even in overzichtelijke duo's. En dan kunnen we Mutsaers en Kousbroek toch nog samenvoegen in de sub-categorie half-essayerend, half-verhalend; een mengvorm tussen fictie en non-fictie. Beide schrijvers proberen ieder op hun eigen manier te komen bij waar hun hart ligt. Zij doen dat allebei op een hartstochtelijke en dappere manier, die ook de lezer niet onberoerd laat. Zonder gevaar is hun beider methode intussen niet. Mutsaers dreigt zich bijna te branden aan het vuur dat gestookt wordt door haar geliefde kunstbroeders en -zusters, terwijl Kousbroek zichzelf bijna opheft in zijn behoefte om samen te vallen met zijn vroegere ik.

    Dat wij uiteindelijk toch onze keuze hebben gemaakt uit de twee gerenomineerde biografieën, betekent niet dat wij dan toch maar hebben gekozen voor het meest beschouwelijke, en dus minst fictionele proza. Het interessante van zowel de biografie van Otterspeer als van die van Oostrom is dat zij een worsteling te zien geven met de materie, die zij zo helder en overzichtelijk mogelijk aan ons presenteren. Otterspeer gaat met vrucht de strijd aan met de bestaande vooroordelen tegen Bolland. Tegen zijn reputatie als onsympathiek mens, als ontoegangelijk filosoof, als vertolker van loodzwaar ideeëngoed, die leefde in een tijd bovendien, die ons voorgoed voorbij lijkt. Maar ook is te zien hoe veel moeite Otterspeer zelf af en toe heeft met zijn object, waardoor een fascinerende haat-liefde verhouding opdoemt. "En zo was hij ondanks zijn ruwheid toch niet onpopulair". Dit oordeel van Bollands leerlingen op de HBS in Indië waar hij leraar was, is ook een aardige plaatsbepaling voor zijn biograaf. "Hij is dus van mij", zegt de slechte engel, "hij is dus gered", zegt de goede. "Ja", knikt de schrijver van deze imposante biografie.

    Van Oostrom heeft duidelijk een minder grote kloof te overbruggen in emotioneel opzicht, al moet men het overspannen van een zo groot tijdsverloop tussen toen en nu in velerlei opzicht niet onderschatten. Het verstrijken van zoveel tijd en het omvangrijke oeuvre van Maerlant, grijpen over zijn persoonlijkheid heen. "Zijn graf is al een boek op zich", stelt Van Oostrom in de eerste bladzijden van zijn omvangrijke biografie een beetje hopeloos vast. Het leven van Maerlant krijgt desondanks op zeer overtuigende wijze contouren. Wij worden teruggevoerd naar een tijd waarin Graaf Floris V zijn activiteiten ontplooide op een internationale schaal die daarna nauwelijks meer is geëvenaard in de Nederlanden. Jacob van Maerlant krijgt daarin zijn plaats. Zonder vertoon van geleerdheid beschrijft Van Oostrom dat op een ontspannen wijze, belangrijke constateringen min of meer terloops vermeldend. Terloops, maar niet achteloos, ontspannen en noodgedwongen, vaak specultatief, maar niet ongefudeerd. Van Oostrom heeft Clio, de muze van de geschiedenis, op de zetel verheven waar zij thuishoort. Die van de vertelster naar wie ademloos kan worden geluisterd. Daarom en omdat hij misschien van alle zes genomineerden nog wel het meest fictieve werk heeft geschreven, hebben wij besloten hem voor te dragen voor de AKO-Literatuurprijs 1996.

    Dat Frits van Oostrom en Jacob van Maerlant het Noorden en het Zuiden van ons taalgebied omvatten, zij een kleine guirlande bij deze literaire oordeelsvorming.

    Jury:
    Henk Vonhoff (voorzitter)
    Ed van Eeden
    Janet Luis
    Marcel van Nieuwenborgh
    Henk Pröpper
    Frans Roggen


Genomineerd

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen