AKO-Literatuurprijs 1988

Uitreikingsrapport:

Het lezen van mooie boeken is plezierig en opwindend; een bijzondere ervaring die toegankelijk moet zijn voor zoveel mogelijk mensen. De prijs die hier vanavond wordt uitgereikt is één middel om dat doel te bereiken. Door de bijbehorende publiciteit worden immers de namen van het schrijvers die mooie boeken schrijven nog bekender, evenals het feit dat je dat alles kunt kopen in zoiets laagdrempelerigs als een kiosk. Het is dan ook niet vreemd dat men een jury vindt die bereid is als koppelaarster te fungeren voor dit verstandshuwelijk tussen schoonheid en commercie.

Het is droevig, maar ook heel eervol dat ik als voorzitter van de jury, dat door Joop den Uyl begonnen werk mocht voortzetten. Dat heb ik in zijn geest gedaan, dat wil zeggen: met de inzet me te laten inspireren en het vermogen om te bewonderen.

De leden van de jury zijn allemaal - hoe kan het ook anders - hartstochtelijke lezers. Hoe herkenbaar zijn daarom de ervaringen als jurylid die een van ons onlangs beschreef: "Wij hadden een half jaar de tijd om 144 romans en essay-bundels te lezen. Bij de eerste doos die binnenkwam, was mijn gedachte: ha, fijn boeken!' Maar in rap tempo volgden die dozen elkaar op. Tot alle in het Nederlands geproduceerde literaire werken binnen handbereik lagen. Binnen handbereik ook, lichte paniek en toenemende onzekerheid, lezen èn herlezen dus. Want al waren wij er van den beginnen van overtuigd dat een jury, hoe ervaren en deskundig ook, nimmer over het 'absolute oordeel' beschikt, we zouden elkaar toch in ieder geval moeten enthousiasmeren voor zes boeken uit die oogst van 144. Dàt lukte. Zes weken geleden motiveerden wij onze keuze. In de achter ons liggende weken moesten wij tenslotte uit het werk van Campert en Hermans, Marrug en Meijsing, van Toorn en Vogelaar - de winnaar van de AKO Literatuur Prijs 1988 selecteren. Dat betekende náást de afweging per boek- nu de onderlinge vergelijking mee ging spelen. Hetgeen nooit leidde tot het inslikken van onze eerdere waardering overigens. Dat wij het tenslotte eens werden, heeft waarschijnlijk te maken met onze persoonlijke interpretatie van datgene wat de AKO-prijs uiteindelijk beoogt: toegang verschaffen tot leesplezier, bovenal en in de eerste plaats door de aard en de vorm van het geschrevene.

We maakten onze keuze voor een literair werk, waarvan we de kwaliteiten van de schrijver - in vergelijking met eerdere publikaties van hem - versterkt terugvonden, daarnaast werd onze mening versterkt door de precisie in woordkeus en de spannende opbouw van de verhalen. Dit alles in een bijna onnederlandse lichtheid van toon. De jury is daarom unaniem van mening dat op grond van deze argumenten de AKO Literatuur Prijs 1988 dient te worden toegekend aan:............Geerten Meijsing, voor zijn roman Veranderlijk en wisselvallig.

Men kan Veranderlijk en wisselvallig moeiteloos lezen als een geestige, uiterst toegankelijke schelmenroman. Maar er is méér. Prospectie en retrospectie, beschrijving en bespiegeling - het zijn op even 'veranderlijke' als 'wisselvallige' manier de polen waartussen de verteldraad gesponnen wordt. Niet door theorieën gedreven maar door onstuitbare ervaring ontpopt de schelm zich als wijsgeer. Wat tegengestelde polen leken: erotiek en eruditie blijken aspecten van eenzelfde fenomeen te zijn; men kan niets in zijn hoofd bezitten wat niet eerst door de zinnen is gegaan.

Veranderlijk en wisselvallig vormt een voorlopig hoogtepunt in het werk van Geerten Meijsing. Kortom: een amusant literair werk in alle en de beste betekenissen van dat woord.

Namens de jury:
Hedy d'Ancona, voorzitter

Winnaar

  • Geerten Meijsing - Veranderlijk en wisselvallig

    De roman Veranderlijk en wisselvallig is met een aanstekelijke vaart geschreven. Hij bestaat uit vijf verhalen . In elk daarvan vertelt de ik-persoon een erotische episode uit zijn nog jonge leven. Zijn verhalen worden zowel met elkaar verbonden als van elkaar gescheiden door reflecties over het begrip trouw en het verschijnsel melancholie.

    Op zich lijkt deze romanconstructie weinig sensationeel. Toch is ze vergelijkbaar met de verruimde structuur van romantische pianosonates; thema en neventhema's, herhaling en variaties vullen elkaar aan en houden elkaar in evenwicht. Na de maniëristische vormdwang, die de Erwin-trilogie (gepubliceerd onder het pseudoniem Joyce & Co) kenmerkte, lijkt Meijsing zich met Veranderlijk en wisselvallig een nieuwe vrijheid verworven te hebben. Het impulsieve overwoekert nu de vormwil, het spontane de bedachtzaamheid, het persoonlijke de eruditie, het wisselvallige de van te voren bepaalde vorm.

    Het uitzonderlijke van Verandelijk en wisselvallig ligt vooral in de onnederlandse lichtheid van Meijsings toon. Het genot van de tekst staat centraal, niet een gewild estheticisme of het verbeten solipsisme van de zuivere schepping. Ook gaat het niet zozeer om autobiografische waarachtigheid (al komt de mogelijke authenticiteit niet in het gedrang door opschepperij, ironie of retoriek) als wel om de universele herkenbaarheid van de beschreven individuele ervaring.

    Men kan Veranderlijk en wisselvallig moeiteloos lezen als een geestige, uiterst toegankelijke schelmenroman. Maar er is meer. Beschrijving en bespiegeling - ze zijn op even 'veranderlijke' als 'wisselvallige' manier de polen waartussen de verteldraad gesponnen wordt. Door deze voortdurende beweging raakt de lezer ongewild betrokken bij de ware speurtocht van de held: die naar de zin van het bestaan. De ik die zich aandient als een 'ongeneeslijke vrouwenliefhebber' blijkt, naarmate het boek vordert, een zwaartillend metafysicus te zijn. De schijnbare oppervlakkigheid van de verhalen mondt uit in een lichtvoetig verkregen diepgang.

    Zonder de 'lichtheid van zijn bestaan'- zijn onlesbare dorst naar ervaring - op te geven, graaft de held steeds dieper. De versnippering van zijn leven beneemt hem weliswaar het uitzicht op een 'objectieve, blijvende waarheid of werkelijkheid', maar hij berust niet in de 'destabilisatie van het subject'.
    Hij tracht orde in zijn bestaan aan te brengen door al schrijvend 'gelijktijdig inzicht te krijgen in de verschillende aspecten van wat een zelfde fenomeen moest zijn'.

    Zo wordt de erotiek, als kunst van het leven, steeds dichter bij de reflectie, de kunst van het denken gebracht. Niet door gemelijke theorieën gedreven maar door onstuitbare levensdrift tegengestelde polen leken: erotiek en eruditie, blijken aspecten van 'een zelfde fenomeen' te zijn. Nihil est in intellectu quod non prius fuerit in sensu: men kan niets in zijn hoofd bezitten wat niet eerst door de zinnen is gegaan. Wat men denkt moet eerst doorleefd worden.

    Veranderlijk en wisselvallig levert het bewijs van deze stelling van Aristoteles. De roman verzoent zulke tegenstellingen als het triviale en het verhevene, het particuliere en het algemene, het concrete en het abstracte - maar ook humor en ernst, actie en bespiegeling, extase en melancholie, erotiek en eenzaamheid.

    Veranderlijk en wisselvallig vormt een voorlopig hoogtepunt in het oeuvre van Geerten Meijsing. Zijn volgehouden wil tot het scheppen van een complex romanoeuvre bleek al uit zijn vorige werk. De uitstalling van eruditie en maniërisme, typerend voor de Erwin-trilogie, zijn in Veranderlijk en wisselvallig achterwege gebleven. Behouden én versterkt zijn de echte kwaliteiten van de schrijver Meijsing: de sonore ritmiek van de zinnen, de precisie in woordkeus en de spannende opbouw van de verhaalcurven.

    De jury is unaniem van mening dat op grond van deze argumenten de AKO Literatuur Prijs 1988 dient te worden toegekend aan: Geerten Meijsing voor zijn roman Veranderlijk en wisselvallig.

    De jury:
    H. d'Ancona, voorzitter
    J. Bernlef
    F. Boenders
    D. Meijsing
    J. Oversteegen

Genomineerd

Naar de overzichtspagina

Delen