Frans Kellendonk-prijs 2011

Winnaar

  • Arnon Grunberg

    Bij haar zoektocht naar kandidaten voor de Frans Kellendonkprijs 2011 ging de jury op zoek naar schrijvers onder de veertig van wie het werk kan worden gezien als een hoogwaardig oeuvre in wording, dat getuigt van een maatschappelijke problematiek. Al vrij spoedig werd het haar duidelijk dat Arnon Grunberg (*1971) de ideale kandidaat was.

    Grunberg is de auteur van een even gevarieerd als geprononceerd oeuvre dat zich uitstrekt tot genres als de roman, het drama, het essay, de column, de reportage en het weblog. In al die genres manifesteert hij zich als een kritisch en onafhankelijk waarnemer en analist, die zijn standpunten op even scherpe als creatieve wijze uitdraagt en daarbij de confrontatie en controverse niet schuwt. Zo profileert hij zich in De mensheid zij geprezen : Lof der Zotheid (2001) als een scherp observator van de mensheid en zijn drijfveren, waarbij hij bovendien een grote kennis aan de dag legt van literatuur en filosofie.

    Grunbergs levensvisie is het pregnantst neergelegd in de onder het pseudoniem Marek van der Jagt geschreven roman Gstaad 95-98 en de onder eigen naam gepubliceerde romans De asielzoeker (2003), Tirza (2006) en Onze oom (2008). Ze nemen de lezer nolens volens mee bij de ontluistering van de personages, die tot in hun diepste kern worden ontdaan van alle laagjes beschaving. In een aforistische stijl fileert Grunberg de menselijke drijfveren.

    Al vormen bovengenoemde romans en het op Erasmus georiënteerde essay de voornaamste aanleiding voor deze voordracht, het is ook de ontwikkeling van Grunbergs schrijverschap in zijn geheel die ons in staat stelt, hem als een waardige erfgenaam van Kellendonks intellectuele spitsvondigheid en uitzonderlijk literair talent te beschouwen. Zijn reportages als oorlogscorrespondent in Irak en Afghanistan, recent gebundeld in Kamermeisjes en soldaten (2009), zijn onlosmakelijk met die ontwikkeling verbonden en blijken uiterst vruchtbaar te zijn geweest voor het romanoeuvre.

    Arnon Grunberg maakte in zijn leerjaren als schrijver furore als de trendbewuste auteur van tragikomische Bildungsromans die door hun provocerende toon aan het verwachtingspatroon van de jonge lezer zullen hebben beantwoord: in Figuranten bijvoorbeeld werd in een bonte aaneenschakeling van burleske fragmenten verteld over de groteske lotgevallen van een drietal hedendaagse ‘titaantjes’, die zowel letterlijk, door hun nonchalante pogingen om in de film- en mediawereld voet aan de grond te krijgen, als figuurlijk, door hun buitensporig en vaak wansmakelijk gedrag, de bourgeois en diens bekrompen moraal voor schut trachten te zetten.

    In een volgend stadium op weg naar volwaardig schrijverschap biedt de auteur in Tirza een hecht geconstrueerd, veelgelaagd verhaal over de schizofrenie van een doorsnee West-Europeaan in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw. Terecht hebben critici gewezen op aanknopingspunten met Kellendonks meesterwerk Mystiek lichaam: de hoofdpersoon Jörgen Hofmeester bijvoorbeeld, heeft in zijn hoedanigheid van geldwolf, ziekelijke narcist en dominante vaderfiguur veel weg van Kellendonks Gijselhart. We wijzen er in dit verband graag op dat het onder het pseudoniem Marek van der Jagt geschreven essay Otto Weininger of Bestaat de Jood? een bijzonder originele en snijdende interpretatie van Mystiek lichaam bevat. Op zijn beurt biedt de Kellendonklezing, door Grunberg in 2007 uitgesproken, sleutels voor de interpretatie van Tirza: de auteur keert zich daar tegen ‘de ziekte die enkelvoudige identiteit heet’ en legt de vinger op de wonde plek van het slachtofferschap waarachter de doorsnee westerling zich al te gretig verschuilt om zijn middelmatigheid te verbergen of goed te praten. Dit zijn precies de eigenschappen die de anti-held Hofmeester typeren en die gedeeltelijk verklaren waarom hij zijn lievelingsdochter Tirza en haar Marokkaanse vriend Choukri op gruwelijke wijze vermoordt. De groteske associatie door Hofmeester van Choukri met de moslimterrorist Mohammed Atta en de manier waarop hij een verdwijning van dochter en vriend ensceneert om de verantwoordelijkheid voor zijn mislukte huwelijk en carrière te ontlopen, spreken boekdelen over de paranoia van de blanke middenklasse. Door het perspectief doorgaans bij Hofmeester te leggen slaagt Grunberg er op meesterlijke wijze in om de spanning ten top te voeren wanneer aan het slot van de roman blijkt hoe radicaal Hofmeesters zedelijk verval en zelfvervreemding is geweest. In het voetspoor van Frans Kellendonk schreef Grunberg een groots opgezette, klassieke roman die de hypocriete moraal en het gewelddadige substraat van onze zogenaamd liberale samenleving meedogenloos ontmaskert. Daarvoor én voor de rijkgeschakeerde compositie van deze roman, die onder meer opvalt door tal van intertekstuele verwijzingen naar zowel de Bijbel, als naar subliteraire genres (de soap bijvoorbeeld), verdient hij alle lof.



    Details:
    De jury bestaat uit:
    Dorian Cumps
    Jaap Goedegebuure
    Jeanne Verbij-Schillings (voorzitter)

Naar de overzichtspagina

Delen