Twaalfde IMPAC Dublin Literary Award voor Noor Per Petterson

Gepubliceerd: 16-06-2007

Zelden was de shortlist voor de International IMPAC Dublin Literary Award zo indrukwekkend als dit jaar. Onder meer J.M. Coetzee met Slow Man, Salman Rushdie met Shalimar the Clown, Cormac McCarthy met No Country for Old Men, Julian Barnes met Arthur & George, Jonathan Safran Foer met Extremely Loud & Incredibly Close en Sebastian Barry met A Long Long Way (het boek dat dit jaar is gekozen voor One City One Book in Dublin) behoorden tot de schrijvers die door een internationale jury waren geselecteerd uit de 138 voordrachten die waren ingebracht door 169 bibliotheken uit de hele wereld.

De jury (onder wie de schrijvers Hanan al-Shayleh, Lilian Faschinger en Almeida Faria) koos uiteindelijk voor het enige boek uit de shortlist dat oorspronkelijk in een andere taal dan het Engels is geschreven: Out Stealing Horses (Ut og stjæle hester) van de Noor Per Petterson, in het Nederlands bij De Geus verschenen als Paarden stelen. In zijn dankwoord bij de bekendmaking van de prijs (donderdagochtend in het stadhuis van Dublin) zei de laureaat dat hij het al een hele eer had gevonden dat hij de shortlist had gehaald, samen met twee van zijn grootste literaire helden. Dat hij de winnaar was geworden, had hem totaal verrast. Anderzijds past het ook wel weer in wat er na de publicatie van het boek allemaal is gebeurd. ‘Ik lijk wel op die jongen met de toverbroek. Elke keer als ik mijn hand in mijn zak stop, komt er weer een gouden munt uit. Dat moet een keer ophouden, maar het blijft nog steeds doorgaan.’ Vorig jaar won hij onder meer de Independent Foreign Fiction Prize.

In Paarden stelen heeft een 65-plusser zich met zijn hond teruggetrokken in een huisje aan de oostkust van Noorwegen. Een ontmoeting met een leeftijdgenoot die hij van vroeger kent, roept herinneringen op aan de zomer van 1948 toen hij als jongen van vijftien de zomervakantie samen met zijn vader doorbracht. Een zomer van hard werken maar vol harmonie, totdat er dingen gebeurden die zijn leven voorgoed zouden veranderen. De roman werd in het Engels vertaald door Anne Born, voor wie niet alleen een kwart van het prijzengeld van 100.000 euro was bestemd maar die in Dublin volop in de eer werd betrokken. Dat respect en die terechte erkenning voor het werk van de vertaler onderscheidt de IMPAC Award van veel andere prijzen.

In zijn door de aanwezigen zeer gewaardeerde dankwoord bij het diner ‘s avonds, eveneens in het stadhuis van Dublin, benadrukte Petterson het belang van de prijs, met name voor de van oorsprong niet-Engelstalige literatuur. Hij hoopte dat zijn bekroning uitgevers in de Engelstalige wereld zou inspireren meer titels in het Engels te vertalen. Bij de 138 voordrachten voor de editie van dit jaar waren slechts 28 vertalingen, waaronder drie uit het Nederlands. De zeven bibliotheken en bibliotheekorganisaties die ieder jaar de voordrachten vanuit Nederland verzorgen, geven er uiteraard de voorkeur aan de Nederlandstalige literatuur een plaats te bieden op dit internationale podium. Als coördinator van die voordrachten weet ik maar al te goed hoe beperkt ieder jaar het aanbod weer is (de romans moeten het afgelopen jaar in het Engels zijn vertaald en het origineel mag niet langer dan vijf jaar geleden zijn verschenen). Het is al een luxe te kunnen kiezen uit meer dan het maximale aantal van drie titels.

In de loop van de twaalf jaar dat de prijs bestaat, zijn drie Nederlandse auteurs doorgedrongen tot de ronde van de nominaties: Cees Nooteboom en Connie Palmen in 1996 en Arnon Grunberg in 2005, met respectievelijk de vertalingen van Het volgende verhaal, De wetten en Fantoompijn. Twee van de juryleden van de editie van dit jaar (en bepaald niet de minsten) vertelden me zonder enige terughoudendheid dat ze zeer onder de indruk waren geweest van een van de Nederlandse voordrachten: Kreutzersonate van Margriet de Moor. Ze hadden de novelle graag genomineerd maar er in de jury geen meerderheid voor gekregen. Ik heb de organisatie maar weer eens ingefluisterd dat het onderhand tijd wordt voor een jurylid uit Nederland. Niet dat daarmee dan succes verzekerd zou zijn (een jurylid maakt zijn of haar eigen afwegingen), maar omdat zo’n jurylid meer perspectief kan bieden op de context waarbinnen de afzonderlijke titels tot hun recht komen.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein