Gedichtendagbundel van Mark Boog

Gepubliceerd: 31-01-2008

‘Het gietijzer van stations, het glas, je handen. / Deze schoonheid is breekbaar, is te ontkennen, // maar overtreft ons...’ Dingen in gedichten is het thema van Gedichtendag, die vandaag voor de negende keer wordt gehouden, met zo’n vierhonderd activiteiten in Nederland en Vlaanderen. Hoe gewone dingen poëzie kunnen worden, blijkt ook in Alle dagen zijn van liefde, de Gedichtendagbundel van Mark Boog.

Liefde, een duivels dilemma
Tien gedichten telt het voor een luttel bedrag verkrijgbare bundeltje, een gezamenlijke uitgave van zijn vaste uitgeverij Cossee en van Poetry International. Oplage: 15.000 exemplaren. Zoals de titel aangeeft, gaan ze vooral over de liefde. Liefde die alle dingen in een ander perspectief zet, die de ik in de nabijheid van de partner klein maakt ‘als een tor in het hoge gras’, of overbodig als een ‘vuilniszak aan de kant van de weg op een doordeweekse morgen’, maar wel een ‘volmaakt op zijn onooglijke plaats, misschien gelukkig’. Een duivels dilemma, de liefde, zowel bij opschudding als bij stilstand gebaat, ‘bij blijven en bij weggaan’. De metafoor voor de liefde, voor het samenzijn is hier die van de treinreis, waarbij de doolhof zich ‘kaarsrecht’ voordoet en de spanning op de draden, ‘kwetsbaar en dodelijk’, als een magneet aantrekt en afstoot. Een wilde rit met onbekende afloop, en met de restauratie gesloten.

Inkapselen
‘Uit je handen valt de avond, knikker in een schaal. / We kijken er langdurig naar. Dan ligt hij stil, / wij ook. Het duister trekt vanuit de hoeken op // en overwint. Eén onheilspellend ogenblik lang is er // niets, houdt het huis zijn adem in en wacht...’ Alle dagen zijn van liefde is een bundeltje om te lezen en te herlezen, om je te laten inkapselen in de taal, zonder dat alle beelden en tegenstellingen zich rationeel laten verklaren. Een heel bijzonder kleinood.

Een nieuw geluid
De in 1970 in Utrecht geboren Mark Boog heeft gedurende één jaar kunstmatige intelligentie gestudeerd, waarbij vooral de logica-colleges hem bevielen, zoals hij in een interview met Remco Ekkers heeft onthuld. Hij debuteerde als dichter in 1995 in het tijdschrift Appel en publiceerde van 1996 tot 1999 in het tijdschrift Mondzeer en de Reuzenkreeft waarvan hij redacteur was. In 2000 debuteerde hij in boekvorm met Alsof er iets gebeurt. Dat deze bundel meteen een eigen en nieuw geluid in de poëzie vertegenwoordigde, werd erkend door de bekroning met de C.Buddingh'- Prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie.

Trefzekere ironie
Een ingehouden beschouwelijke toon, die zorgvuldig op de thematiek afgestemd was, kenmerkte die debuutbundel. De verwachting die hij daarmee had gewekt, loste hij in met zijn twee volgende bundels, Zo helder zagen we het zelden (2002) en Luid overigens de noodklok (2003). Zo dat nog nodig was, kwam de erkenning van de kwaliteit van zijn poëzie met zijn vierde bundel, De encyclopedie van de grote woorden (2005), en de bekroning ervan met de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste Nederlandse prijs voor poëzie. In deze poëtische encyclopedie van a tot z zet hij met trefzekere ironie en zonder al te veel illusies elementaire zaken als Troost, Goed, God, Inspiratie en Verdriet neer. De onbevooroordeelde en intense manier waarop hij zowel naar de tragische als onnozele kanten van de mens kijkt, doet volgens de jury van de VSB-prijs aan de Franse wijsgeer Montaigne denken.

Romanschrijver
Een dichter en denker ineen, die grote woorden als Eenzaamheid en Ongeluk aandurft. Zo omschreef Tom van Deel Boog naar aanleiding van Het eigen oor (2007), een ruime keuze uit zijn vier bundels. Behalve dichter is Boog ook romanschrijver. De vuistslag (2001) was zijn eersteling. Een man die meestal klappen uitdeelt en niet oploopt, is in elkaar geslagen en heeft in het ziekenhuis alle tijd zijn gewelddadige verleden te overdenken. In De warmte van het zelfbedrog (2002) verlaat een jongeman in verwarde toestand zijn huis om zich in het volle leven te storten, in De helft van liefde (2005) staat het huwelijk van een lijstenmaker en een schilderes na het verongelukken van hun dochtertje onder grote spanning.