Luisterboek Sneeuweieren cadeautje van jarige uitgeverij Van Gennep

Gepubliceerd: 05-02-2008

De door de NRC als kleine, kritische en ‘meest dwarse’ uitgeverij van Nederland gekwalificeerde Van Gennep viert dit jaar haar veertigjarig bestaan met onder meer lezingen en debatten in de Balie in Amsterdam. Daarnaast is vanaf 10 januari bij de boekhandel een gratis luisterboek te verkrijgen van een deel van de debuutroman Sneeuweieren van Ricus van de Coevering.

In het fonds van Van Gennep, in het verleden toch voornamelijk bekend vanwege geëngageerde non-fictie en veel Midden-Europese literatuur, vindt een verschuiving plaats. Weliswaar wordt er nog steeds veel politieke non-fictie gepubliceerd, maar er is met de uitgave van Sneeuweieren ook een start gemaakt met een serie Nederlandse fictie.

‘Uitgever Chris ten Kate vond dat mijn debuutroman precies paste in zijn idee van een nieuwe lijn,’ aldus Ricus van de Coevering. Op veel plaatsen is het boek vergeleken met Gerbrand Bakkers Boven is het stil en met Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Twee succesvolle nummers uit een door hokjesgeesten uit de klei getrokken nieuwe stroming: de polderliteratuur. Moet je daarbij denken aan een soort literaire streekroman? De boeken met het oer-Hollandse vlakke land appelleren aan een nostalgische behoefte, even geen grootstedelijk gezeur. Daarom zitten miljoenen mensen elke zondagavond ook gekluisterd aan de buis bij een tv-programma als Boer zoekt vrouw. Arie Storm heeft het in zijn recensie in Het Parool van de nieuwe roman Paradiso van Kees van Beijnum helemaal bij het rechte eind. Van Beijnum, een stedeling bij uitstek, schrijft misschien nog wel mooier over het Hollandse landschap.

De polderliteratuur is geen stroming. De verhalen hebben het platteland als decor. Door de kleine setting worden ze universeel. Ze hadden net zo goed kunnen spelen in een woestijn of een poollandschap. De genoemde titels van Bakker en Siebelink zou men dus grappig genoeg on-Nederlands goed kunnen noemen.

Natuurlijk mag Ricus blij zijn dat zijn debuut met deze romans wordt vergeleken. Het is wel begrijpelijk, waarschijnlijk hebben recensenten nog meer behoefte aan referentiekaders dan lezers. Maar dit boek heeft bestaansrecht op zichzelf. Het verdient niet alleen te worden bekeken als veelbelovende eersteling. Ricus heeft een fris eigen geluid en een goeddoordachte stijl. Een mooi klein gehouden verhaal over, inderdaad, een hardwerkende pluimveehouder, zijn gelovige, zanglustige vrouw, een uit Ghana geadopteerd kind en een ogenschijnlijk malle kruidenvrouw. Maar tegelijkertijd, zoals het hoort, behandelt de roman ook alle grote thema’s in de literatuur. Er is een onderhuidse spanning die maar moeilijk te duiden is.

Pas na herlezing van het sterke essay De toekomst der religie van Simon Vestdijk valt alles op z’n plaats. Vestdijk verklaart in dit essay het ‘religieus zijn’ uit een onbewust verlangen naar een volmaakte wereld en stelt dat iedereen religieus is, ook als men niet in God gelooft of als men zich ertegen verzet. Ricus blijkt dit essay tijdens het schrijven van zijn boek stuk te hebben gelezen.

De drie religieuze menstypes die Vestdijk onderscheidt zijn in Sneeuweieren eenvoudig terug te vinden. De eierboer Harm denkt door overdreven hard werken zijn heil te vinden, zijn vrouw Olga heeft onder het motto ‘alles is voorzien’ haar leven in dienst gesteld van God, het vervreemde kruidenvrouwtje malle Lien is van het menstype dat vervolmaking denkt te vinden door het lijden in het hier en nu op te heffen. Door het verhaal heen zoekt de uit Ghana geadopteerde David zijn weg naar een van de drie religieuze menstypes. Meer zoekende kun je niet zijn: een zwart, zwaarlijvig jongetje in een bleek, vlak land. Dit gegeven gecombineerd met de manier waarop de tragische gebeurtenis is ingebouwd, maakt dit boek tot een bijzondere ervaring.

Van Gennep mag dan ‘de meest tegendraadse’ uitgeverij worden genoemd, maar het gratis boekenweekgeschenk in maart wilden ze toch niet dwarsbomen. Vandaar dat het door Lecticus Luisterwinkel vervaardigde luisterboekje al ruim voor de Boekenweek in een grote oplage wordt verspreid. Van het boek zijn er inmiddels al meer dan tweeduizend verkocht. Ik wens Van Gennep (en de lezer) nog veel van dergelijke debutanten toe. Kan er na het voorgaande nog een andere winnaar zijn van de dit najaar uit te reiken tweejaarlijkse Anton Wachterprijs voor het beste debuut?

Tekst en copyright: Guus Bauer / Literatuurplein