Dichteres Sonja Prins overleden

Gepubliceerd: 15-01-2009

‘Ik heb nog maar kort, die tijd moet ik niet verkwisten,’ zei Sonja Prins op haar eenennegentigste in een interview. De vijf jaar die haar daarna nog gegeven waren, heeft ze niet verkwist. De laatste jaren heeft ze haar literaire nalatenschap geordend met het oog op de uitgave van haar verzameld werk in vijf delen die de Bredase uitgeverij De Papieren Tijger voorbereidt. Vandaag is deze dichteres die al jong opviel door haar sterke internationale oriëntatie, in Breda overleden.

Buitenlandse grootheden
Als kind van een advocate en onderwijsvernieuwster en van een bohemien en journalist verhuisde ze op haar achtste naar Schotland en in de volgende jaren naar Californië, Canada, Londen en Zwitserland. Toen ze veertien was, keerde het gezin terug naar Nederland. Op haar zeventiende ging ze met toestemming van haar moeder (die haar heel vrij had opgevoed) het huis uit. Twee jaar later gebruikte ze een legaat om het avant-garde tijdschrift Front op te zetten, waaraan buitenlandse grootheden als Ezra Pound en John Dos Passos bijdragen leverden. Weer twee jaar later publiceerde ze, onder het pseudoniem Wanda Koopman, Proeve in strategie, haar eerste dichtbundel.

Dwangarbeid en verzet
Van haar ouders had ze ook de communistische sympathieën overgenomen, zodat ze in de oorlog inging op het verzoek mee te werken aan de communistische verzetskrant De Vonk. Nadat ze in 1941 was opgepakt, kwam ze terecht in het kamp Ravensbrück. Over haar ervaringen in het kamp schreef ze het boek De groene jas (1949). Ondanks de onderdrukking onder mensonterende omstandigheden bleven de gevangenen elkaar op basis van een politieke en onderlinge vrouwelijke solidariteit steunen in de hoop op een betere, socialistische toekomst. De tweede druk verscheen in 1982 onder de titel Dwangarbeid en verzet in Mecklenburg, 1944 bij uitgeverij SoMA.

Vanuit de boshut
Die uitgeverij had ze zelf opgericht nadat ze in 1972 vanuit Amsterdam naar de bossen rond Breda was verhuisd. Bij SoMA publiceerde ze ook twee bundels Vanuit de boshut (1979 en 1981), die blijk gaven van een groot inlevingsvermogen in de wereld van de dieren en de natuur. Na enkele bundels in de jaren vijftig, waarvoor zij door de Vijftigers werd gezien als een geestverwante, waren pas in de jaren zeventig nieuwe bundels gevolgd. Haar politieke gedichten uit de jaren 1979-1982 (uit onvrede met de koers van Rusland en het slaafse volgen door de CPN, had ze in 1960 haar lidmaatschap daarvan opgezegd) bundelde ze in 1983 in Ook wij waren vluchtelingen.

Selecties
Andere selecties uit haar werk waren Tijdgedichten (1930-1958) (1982), Ravensbrück : geen eind maar een beginpunt (1985) en Op een kale winderige vlakte : gedichten uit Ravensbrück en erna (1943-1983) (1999). Drie jaar geleden bracht De Papieren Tijger in Het boek van de cineast en andere gedichten een keuze uit haar poëzie. Op 29 april verschijnt bij Bert Bakker de biografie De eeuw van Sonja Prins : burgerkind, revolutionair, kluizenaar van Lidy Nicolasen.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein