Wole Soyinka richt democratische partij op

Gepubliceerd: 21-07-2010

In het leven en werk van de Nigeriaanse auteur Wole Soyinka, in 1986 de eerste Afrikaanse schrijver die werd bekroond met de Nobelprijs, is politiek bewustzijn altijd richtinggevend geweest. Zo was hij destijds als hoogleraar aan diverse universiteiten maar ook als medewerker aan een radiostation in de gelegenheid zijn stellingname over de oorlog in Biafra en over verkiezingscorruptie uit te dragen. De gevolgen bleven niet uit: van 1967 tot 1969 zat hij gevangen en hij ontkwam ternauwernood aan executie.

Dodenlijst
Niet lang na zijn vrijlating vluchtte hij naar Amerika. Van 1976 tot 1985 was hij hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap op Ife University. Van 1988 tot 1992 werkte hij op Cornell University als hoogleraar, zowel bij de Afrikaanse studies als bij de theaterstudies. Zijn niet aflatende kritische houding tegenover het regime deed hem in 1993 op de dodenlijst belanden. Toen hij zes jaar geleden bij een demonstratie in Lagos werd gearresteerd, was zijn reputatie echter al zo groot dat de politie hem excuses aanbood.

Politieke partij
In datzelfde Lagos maakte hij gisteren tijdens een bijeenkomst ter ere van zijn verjaardag (op 13 juli werd hij 76) bekend dat hij met het oog op de verkiezingen begin volgend jaar een politieke partij opricht waarin hij de progressieve krachten in Nigeria hoopt te bundelen. Met dit Democratisch Front voor Volksfederatie dat op 25 september een eerste congres houdt, wil hij de sinds 1999 regerende People’s Democratic Party onttronen. Hij beschuldigt de huidige machthebbers ervan dat ze de olierijkdom verkwanselen terwijl het merendeel van de bevolking beroofd is van zelfs de meest basale bestaansmiddelen.

In het Engels schrijven
Soyinka, in 1934 geboren in Abeokuta, studeerde Engels in Ibadan en later aan de universiteit van Leeds in Engeland. Hij doceerde Engels in Londen, waar hij als auteur verbonden was aan het Royal Court Theatre. Hij ging in het Engels schrijven en koos in eerste instantie voor het toneel, al publiceerde hij ook proza en poëzie. Een terugkerend thema in al zijn werken is de discrepantie tussen het traditionele Afrika en de meer moderne, West-Europese levensvormen.

Ironie van de strijd
Hij debuteerde in 1965 met de roman The Interpreters, in het Nederlands vertaald als De vertolkers. Hij gaf daarin een vlijmscherpe analyse van de nieuwe zwarte elite. Nadat Nigeria onafhankelijk was geworden, nam die simpelweg de positie van de blanken over. Met dezelfde corruptie en ook met hetzelfde machtsmisbruik tot gevolg. Er veranderde helemaal niets. Hij zei daarover: ‘Dit is niet slechts een gevolg van het kolonialisme. Je ziet zo dikwijls een groep mensen in opstand komen tegen tirannie om daarna weer een andere vorm van tirannie te stichten. Dat is de ironie van de strijd, het is wat de wereld zo cynisch maakt.’

Autobiografie
In 1985 verscheen de vertaling van zijn autobiografie Jeugd in Ake. Hierin beschrijft hij zijn eerste elf jaar. In het leven in zijn grote familie lopen magie en werkelijkheid, verleden en heden door elkaar. Ondertussen rukt de nieuwe beschaving verder op. In Isjara (1990) reconstrueerde hij mede op basis van teruggevonden notities het leven van zijn vader in het Nigeria van de jaren ‘30 en ‘40. Die behoorde tot de eerste generatie Afrikanen die uit was op contact met de westerse wereld, maar toch perspectief had los te komen van het kolonialisme.

Humor
Hoewel hij zich had voorgenomen zijn autobiografie te beperken tot de jaren van onschuld, schreef hij met Ibadan (1995) toch een vervolg op Jeugd in Ake. Het beslaat de periode 1946 (toen hij twaalf werd) tot 1965. Met onbevangenheid en humor schrijft hij over persoonlijke en (inter)nationale gebeurtenissen. Over de tijd dat hij in de gevangenis doorbracht, gaat het in Een man is dood : gevangenisaantekeningen (A Man Died, 1985). Ondanks alle zwarte bladzijden is het geen droevig boek. Soyinka’s onwrikbaar gevoel voor humor heeft hem door deze periode geholpen en bleek een goed wapen tegen zijn vijanden. Het voorwoord heeft als titel ‘Niet met dank aan’.

En tederheid
De motivatie van de commissie die hem de Nobelprijs toekende, luidde ‘dat het hier gaat om een traditioneel Afrikaanse schrijver, politiek bewust, authentiek en internationaal gevormd, creatief en satirisch-ontmaskerend.’ Ook zijn poëzie is in het Nederlands vertaald, net als enkele van zijn toneelstukken. Toen hij in januari 2000 een van de gasten was in de programmareeks Van de Schoonheid en de Troost van Wim Kayzer, bleek dat hij alles steeds met tederheid is blijven bezien.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein