Nobelprijs voor Tomas Tranströmer

Gepubliceerd: 06-10-2011

De Zweedse Academie heeft bekendgemaakt dat de Nobelprijs voor literatuur 2011 is toegekend aan de Zweedse dichter Tomas Tranströmer, al jaren een van de voornaamste favorieten voor de prijs. Met zijn compacte, transparante beelden biedt hij ons een nieuwe toegang tot de werkelijkheid, aldus de Academie. Zijn poëzie is over de hele wereld vertaald en bekroond. Zo ontving hij onder meer de Duitse Petrarca Prijs en de Pilot Prijs en bekroonde de Zweedse Academie hem al eerder voor zijn hele oeuvre. In ons taalgebied werd hij ontdekt – en vertaald – door Bernlef.

17 gedichten
Tomas Tranströmer werd geboren op 15 april 1931 in Stockholm. In zijn geboortestad studeerde hij psychologie, waarna hij in een jeugdgevangenis ging werken. Vanaf 1966 was hij verbonden aan het Zweedse arbeidsbureau waar hij zich bezighield met problemen op het gebied van de reclassering, drugsverslaving en invaliditeit. Met zijn debuut 17 Dikter (1954), als 17 gedichten in het Nederlands vertaald door Bernlef (Marsyas, 1988), vestigde hij meteen zijn reputatie als een oorspronkelijk dichter. Nog vóór 17 gedichten waren bij Marsyas overigens al twee bundels in een vertaling van Bernlef verschenen: Nachtzicht (1982) en Zwarte ansichten (1985).

Het wilde plein
Al zijn gedichten van 1948 tot 1990 zijn in vertaling opgenomen in Het wilde plein (De Bezige Bij, 1992), waarvan de titel was ontleend aan Det vilda torget (Het wilde marktplein) uit 1983. Na 1990 viel er een stilte in het werk van Tranströmer omdat hij toen werd getroffen door een ernstige ziekte die hem het schrijven onmogelijk maakte.

Natuurlyriek
Scherenkusten, zee, luchten, wrakken, stenen en meeuwen: het zijn elementen waarmee de lezer van de poëzie van Tranströmer al gauw vertrouwd raakt. De visuele kracht van deze natuurlyriek maakt dat diezelfde lezer de versregels leest zoals een jager een spoor volgt: ‘In de sneeuw stuit ik op hoefsporen van een ree. / Taal maar geen woorden.’ In veel van zijn gedichten is sprake van de grensovergangen tussen de wereld van het bewustzijn en de wereld van het onderbewuste, van klanken en van stilte: ‘...Droomde dat ik pianotoetsen op de keukentafel / had getekend. Ik bespeelde ze, geluidloos. / De buren kwamen binnen om te luisteren.’

De treurgondel
Vlak voor de jaarwisseling 1995-1996 – nog vóór de Zweedse uitgave - verscheen van Tranströmer onverwacht alsnog een nieuwe bundel in het Nederlands. De treurgondel was de titel van deze vertaling van Bernlef van het daarna in Zweden uitgekomen Sorgegondolen. Met deze titel is de overheersende toon gezet: het is treurmuziek, de afvaart is ingezet, de avond valt, het aftellen is begonnen. Dreiging is er, onzekerheid en onheilspellende dromen heersen: ‘Ik word in mijn schaduw gedragen / als 'n viool / in haar zwarte kist’. Zelden zie je een naderend einde zo precies, in zulke opvallende beelden beschreven.

De herinneringen zien mij
In 2002 verscheen bij De Bezige Bij De herinneringen zien mij : verzamelde gedichten, memoires, waarin – in vergelijking met Het wilde plein - ook De treurgondel en ongepubliceerde gedichten zijn opgenomen. Daarmee is het hele poëtische oeuvre van Tranströmer in het Nederlands vertaald. Tevens bevat de bundel een afdeling met jeugdherinneringen en autobiografische schetsen. Hij is niet meer leverbaar maar wordt nu door De Bezige Bij herdrukt, met hetzelfde omslag als in 2002. Naar verwachting ligt die herdruk volgende week al in de winkel.

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein

Foto: Andrei Romanenko (Wikipedia)