Adriaan Bontebal overleden

Gepubliceerd: 12-02-2012

‘Om hem niet uit zijn evenwicht te brengen sla ik mijn kat ook op dierendag.’ Adriaan Bontebal zei eens dat hij een onbedwingbare neiging tot provoceren had. ‘Ik probeer de mensen op de kast te krijgen. Gewoon om te pesten. Geen beter vermaak dan leedvermaak.’ In zijn teksten sloeg hij vrolijk om zich heen, zonder dat al die boude uitspraken letterlijk of zelfs serieus hoefden te worden genomen. Het leverde hem wel de typering ‘een sympathieke misantroop’ op.

De drie G’s
Bontebal had weinig op met ‘de drie G’s’: Geloof, Gezag en Gezin. In een interview begin jaren ’90 in Algemeen Dagblad bracht hij dat in verband met zijn jeugd in een rooms-katholiek milieu. Daar ‘stond de pastoor voortdurend aan de deur te rammelen.’ Zo wist Bontebal al heel vroeg ‘dat ik later absoluut geen gezin wilde hebben’. Veel mensen om zich heen had hij niet nodig. ‘Ook de liefde is immers een product met beperkte houdbaarheid.’ Wel vormde de geamuseerd of licht geërgerd gadegeslagen buitenwereld ideale stof voor zijn schrijverschap.

Krakersbeweging
Adriaan Bontebal was het pseudoniem van de in 1952 geboren Aad van Rijn. De naam Bontebal trof hij aan bij een onderzoek in doopregisters en uittreksels van de burgerlijke stand in zijn geboortedorp Leidschendam. In Den Haag was hij destijds lang actief in de krakersbeweging. Hij publiceerde in het krakersblad De Zwarte, later ook in tijdschriften als De Held en Playboy en trad veel op in jongerencentra. In 1975 kreeg hij een motorongeluk dat tot gevolg had dat hij een been moest missen. Het was een handicap die hij niet verzweeg, maar waar hij integendeel zelf grappen over maakte. ‘Het is een wezenlijk onderdeel van mijn leven, dus waarom zou ik er dan niet over schrijven?’

Ironisch en tragikomisch
Hij had in eigen beheer al enkele bundels gepubliceerd (met titels als De vuilnisman strikes back en Van alles is weer waardeloos) toen in 1988 bij een echte uitgeverij (In de Knipscheer) Een goot met uitzicht verscheen. Hierin waren gedichten en prozaschetsen bijeengebracht over onder meer zijn ervaringen als optredend schrijver (voorleessessies in troosteloze jeugdhonken), zijn kleine confrontaties met het gezag en bizarre voorvallen op straat die hem tot schrijven inspireerden. De stukjes waren kort tot zeer kort, soms nauwelijks meer dan een losse gedachte, ironisch en tragikomisch van toon.

Performer
In 1990 volgde een tweede bundel bij In de Knipscheer: De ark. Hierin toonde hij zich wederom een schrijver van de korte baan: de twintig verhalen en een novelle ‘in een bedrijf of vijf’ telden samen krap 125 pagina's. Bontebal was toen vooral een performer in de lijn van Deelder en Chabot. Zijn teksten, veelal goed voor een glimlach, kwamen op het podium het best tot hun recht. Chabot schreef de inleiding bij Charmante jongen, sportief tiep (1995), een derde bundel met korte biografische schetsen.

Oorsmeer in de ketting
Daarna verschenen onder meer nog de dichtbundel Overleven met het oorsmeer in de ketting (1996), het mede door hem samengestelde Van Haagse dichters die voorbijgaan (2001), de verhalenbundel Katten vlooien (2005) en het door hem geredigeerde Adrenaline (2010), met verhalen van minder bekende schrijvers. Al geruime tijd ziek, overleed hij, 59 jaar oud, in de nacht van vrijdag op zaterdag. Ter nagedachtenis aan hem publiceert Sjaak Bral op zijn site vandaag nog eens het gedicht ‘De Haagse Beek’ dat hij in 1998 samen met Bontebal schreef.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein

Foto Adriaan Bontebal: Akbar C. Simonse