Rutger Kopland overleden

Gepubliceerd: 15-07-2012

‘Als het zover is - zal ik dan eindelijk / weten wat dat is, doodgaan / jezelf verlaten en weten / dat je nooit terugkeert // soms wanneer ik het koraal hoor / Nun komm’ der Heiden Heiland / doorstroomt mij een vermoeden van / onontkoombaar verlies - / maar wat geeft het // bij het zien van een uitzicht over bergen / een verte die verdwijnt in zichzelf / kan ik worden bevangen door een huiver / voor de eenzaamheid die mij wacht - …’ Dat schreef Rutger Kopland in het gedicht ‘De kunst van het doodgaan’, dat onderaan deze tekst integraal is opgenomen. Woensdag is hij, 77 jaar oud, in zijn woonplaats Glimmen overleden.

Debuut
Na voltooiing van zijn in 1951 begonnen studie medicijnen was Rutger Kopland (pseudoniem van R.H. van den Hoofdakker) huisarts in Zeist geworden. De wetenschap had hem echter niet losgelaten en in januari 1966 verdedigde hij met succes zijn proefschrift Behaviour and EEG of Drowsy and Sleeping Cats. Enkele jaren later werd hij aangesteld als wetenschappelijk hoofdmedewerker bij de afdeling biologische psychiatrie van de Medische Faculteit in Groningen. In het jaar van zijn promotie debuteerde hij als dichter met Onder het vee. Daarvóór, in 1964 en 1965, had hij al enkele gedichten gepubliceerd in de literaire tijdschriften Tirade en Hollands Maandblad.

Troost
Werden die vroege gedichten gekenmerkt door een grote mate van gevoeligheid, in zijn latere werk zou hij aanzienlijk minder expliciet zijn. Als dichter heeft hij een ontwikkeling doorgemaakt van anekdotische poëzie naar kaalslag. ‘Ik wil mijn positie ten opzichte van de werkelijkheid op een andere manier aanbieden en laten zien dat dichten een manier van omgaan met de werkelijkheid is en niet een manier van vastleggen of afsluiten van die werkelijkheid,’ zei hij daaromtrent tegen Tom van Deel. Toch blijft er van zijn verzen een grote troost uitgaan, waarbij (zelf)ironie een belangrijke rol speelt.

Wijze melancholicus
In een recensie over Tot het ons loslaat (1977) kenschetste Gerrit Komrij Kopland als ‘de wijze melancholicus die voor velen in ons land de belichaming is geworden van de poëzie. Als dichter schuwt hij de grote woorden niet. Zijn bundel begint en eindigt met een gedicht over geluk. Hulpeloosheid en verlies, kinderlijkheid en overgave zijn zo een paar thema's.’ Ook de tijd en het verdwijnen, ouderdom en dood zijn thema's van deze met de VSB Poëzieprijs bekroonde bundel. Keer op keer stelt de dichter vast dat zijn bestaan afhankelijk is van iets dat hem langzaam maar zeker loslaat. De lucide en precieze verwoording van dat besef was de inzet van zijn poëzie.

Dichter en psychiater
In 1983 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de afdeling biologische psychiatrie waar hij sinds 1969 werkzaam was. Het jaar daarvoor was Dit uitzicht verschenen, zijn zevende dichtbundel. Een royale bloemlezing uit zijn dichterlijk oeuvre werd in 2002 uitgebracht onder de veelzeggende titel Geluk is gevaarlijk. Twee ambachten (2003) is een bundeling van essays over zijn beide disciplines, dichter en psychiater, en de raakvlakken tussen die twee. Zoals de psychiater vaak teruggrijpt op de poëzie, zo herken je in de benadering van zijn poëzie soms ook de psychiater. Beide soorten essays getuigen van een grote mate van creativiteit.

Auto-ongeluk
Op enkele uitzonderingen na bevat het in 2006 door Van Oorschot uitgebrachte Verzamelde gedichten alles wat vanaf 1966 van Kopland in bundels was opgenomen. De verzamelbundel sluit met Een man in de tuin (2004), zijn voorlaatste bundel, waarin onder meer Wat water achterliet, het Gedichtendagbundeltje van 2004, is opgenomen. Toen ik dit zag was vier jaar na Een man in de tuin zijn laatste bundel. In een aantal gedichten daarin blijkt hoezeer zijn blik op de wereld werd gekleurd door een auto-ongeluk in 2005.

Vluchtige plek
Aan het grensland : geluiden uit het Noorden 2, in 2009 uitgebracht ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag, is een keuze uit zijn werk. Op een cd leest hij de gedichten voor, begeleid door Martin Tervoort. In het dit jaar verschenen Het leven volgens Rutger Kopland : onze vluchtige plek van de waarheid schrijft een aantal prominente neerlandici, theologen, filosofen en auteurs, onder wie Arnon Grunberg, Ben Peperkamp en Marjoleine de Vos, over de literaire, filosofische en religieuze aspecten van zijn oeuvre.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein


De kunst van het doodgaan

Als het zover is - zal ik dan eindelijk
weten wat dat is, doodgaan
jezelf verlaten en weten
dat je nooit terugkeert

soms wanneer ik het koraal hoor
Nun komm' der Heiden Heiland
doorstroomt mij een vermoeden van
onontkoombaar verlies -
maar wat geeft het

bij het zien van een uitzicht over bergen
een verte die verdwijnt in zichzelf
kan ik worden bevangen door een huiver
voor de eenzaamheid die mij wacht -
maar wat geeft het

er is wel eens zo'n avond dat over het gras
in de tuin het mooiste licht strijkt
dat er is: laat laag licht
en dat ik denk: dit was het dus
en het komt nooit meer terug -
maar wat geeft het

ik hoop dat dit het is want ik ben bang
dat het anders zal zijn


Uit: Verzamelde gedichten. Van Oorschot, 2006.