Willem G. van Maanen overleden

Gepubliceerd: 21-08-2012

Bijna zestig jaar heeft Willem G. van Maanen in stilte gewerkt aan een oeuvre dat lange tijd vooral werd gekoesterd door een kleine groep fijnproevers. Dat veranderde onder meer door de bekroning van zijn werk met de Constantijn Huygens-prijs 2004. ‘Steeds exacter, met zijn kafkaëske zakelijkheid, met zijn ingehouden emoties heeft Van Maanen een oeuvre bijeengeschreven, dat een uitdagend mengsel vormt van realisme en fantasie. Van Maanen is geen schrijver voor haastige of luie lezers. Integendeel,’ zo oordeelde de jury.

Stijl van schrijven
‘Als er in mijn werk al een constante is die de Constantijn Huygens-prijs verdient,’ antwoordde de schrijver in zijn dankwoord, ‘dan zou het de stijl van schrijven zijn. Ik behoor niet tot de estheten die het hoe van een boek stellen boven het wat, ik voel meer voor een combinatie van die twee, maar ik besteed wel bijzondere zorg aan dat hoe, zeker zoveel als een diplomaat aan zijn kleding. Het moet er allemaal netjes uitzien, maar het mag niet opvallen, niet door een teveel aan modieuze details, niet door het ontbreken van een knoopje.’

De dood
Willem G. van Maanen (afgelopen vrijdag op 91-jarige leeftijd overleden) werd in 1920 geboren in Kampen, een stad die altijd een voorname inspiratiebron voor hem is gebleven. Hij debuteerde in 1953 met de roman Droom is ’t leven, meteen al een variant op het thema van de verhouding tussen schijn en werkelijkheid: in alles wat we denken of doen, zijn wij evenzeer bezig met de dood als met het leven. De jonge, levenslustige celliste Liesje Hemeling is zich daarvan echter totaal niet bewust. De dood, die zich door haar manier van leven tekortgedaan voelt, dringt in de vermomming van een leerling door in haar bestaan. Aanvankelijk beseft ze niet wie met haar de degens kruist. Uiteindelijk geeft ze toe door zich uit haar raam te storten. Dan is de dood alleen nog voor de achterblijvenden een tegenstander.

De rust van weleer
De onrustzaaier (1954), zijn tweede roman, is het door een notaris vertelde verhaal van een bovenmeester, die meende dat het geen kwaad kon om in de rustige poel van een provincieplaatsje eens een paar stenen te werpen en de ingeslapen bevolking wakker te schudden. Door allerlei intriges wordt hij echter gedwongen zijn functie prijs te geven en andere terreinen te zoeken waar zijn zaaigoed - de onrust - beter kan gedijen. De notaris, die tevens voorzitter is van het schoolbestuur, verlangt terug naar de rust van weleer waarin het goede kon gedijen. Een rust die hij nooit meer zal verwerven nadat ook bij hem de onrust wortel heeft geschoten.

Hof van Eden
Een mooi voorbeeld van het talent van Van Maanen en zijn liefde voor compositie is de roman Het nichtje van Mozart (1983). Hierin verstoort het onderzoek van een studente naar de verhouding van Mozart met diens nichtje Anne Maria Thekla - er schijnen scabreuze brieven te bestaan - het leventje van de oude, wereldvreemde beheerder van het Mozarteum in Salzburg. Voor deze Steiner betekent de komst van de studente het einde van zijn dromen, want als een ware Mefisto verjaagt zij hem uit zijn paradijs, de wereld waarin hij met zijn eigen nichtje Lotte en met Mozart ongestoord kon leven. Jaren later schrijft hij, in eenzaamheid, op hoe hij zijn Hof van Eden - en meer - verloor.

Samenhang
Een huis van lief en leed (2000) werd in 2001 genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs. Het verhaal wordt verteld door drie personages: een bibliothecaris, een dienstmeisje en een assistent van de gemeentearchivaris, eertijds onderwijzer van de beide eersten. Wat hen verbindt, is een grote verscheidenheid aan lief en leed in verleden en heden. Het is aan de lezer de samenhang te ontrafelen. Eveneens genomineerd voor de AKO-prijs (die van 2007) werd Heb lief en zie niet om, ook een roman die draait om de verhouding tussen schijn en werkelijkheid. In dit tweeluik blikt een acteur die fout was in de Tweede Wereldoorlog, na veertig jaar terug op gebeurtenissen tijdens die oorlog.

Kafkaesk
Van Maanen schreef in totaal veertien romans, twee toneelstukken, een novelle en drie verhalenbundels, waarvan het in 2010 verschenen Bagatellen zijn laatste boek was. Naar aanleiding van zijn vijftigjarig schrijverschap werden in 2003 zijn verhalen tot dan gebundeld in Alle verhalen. Aangevuld met acht nieuwe verhalen en met de verhalen die in tijdschriften of bibliofiel waren gepubliceerd, zijn de verhalen uit Vertelde tijd (1994) en Vrouw met Dobermann (1797) daarin samengebracht. ‘De tijd geneest niets, ik zit nog vol kreukels,’ denkt een personage in een van de verhalen. Tekortkomingen uit het verleden en nog onverwerkte gebeurtenissen leiden tot ontsporingen in het heden. Een aantal van de verhalen is surrealistisch en zelfs kafkaesk van aard.

Tekst en copyright: Jef van Gool

Foto: Chris van Houts