Jacq Vogelaar overleden

Gepubliceerd: 14-12-2013

In 2006 werd het veelzijdige oeuvre van Jacq Vogelaar bekroond met de Constantijn Huygens-prijs. Het was niet de eerste prijs die aan zijn oeuvre werd toegekend. Eerder ontving hij ook de Pierre Bayle-prijs (1999) en de Frans Erens-prijs (1995). De Jan Campert Stichting die de Huygens-prijs beheert, had hem eerder al bekroond met een van haar andere prijzen: de F. Bordewijk-prijs 1992 voor De dood als meisje van acht. Die roman werd in dat jaar tevens genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.

Montage van tekstsoorten
Jacq Vogelaar (op 9 december in Utrecht overleden, 69 jaar oud) werd in 1944 in Tilburg geboren als Frans Broers. In 1962 vertrok hij naar Nijmegen om daar Nederlands en filosofie te studeren. Hij zette de studie voort in Amsterdam, waar hij in 1965 als dichter debuteerde. De prozaboeken uit de jaren zestig die daarop volgden - De komende en de gaande man (1965), Anatomie van een glasachtig lichaam (1966), Vijand gevraagd (1967), Gedaanteverandering of 'n metaforiese muizeval (1968) - vielen zowel op door de vormgeving (een montage van tekstsoorten) als door de visie (de mens als resultante van factoren buiten hemzelf). In Kaleidiafragmenten (1970) wordt de realiteit ontleed in kleine brokken.

Hermetische roman
Raadsels van het rund (1978) van toen nog Jacq Firmin Vogelaar geldt algemeen als een van de meest hermetische romans in de moderne Nederlandse literatuur. Wetenschap, architectuur, kunst en taal zijn er de leidende principes in. Wie deze experimentele historische roman wil doorgronden, kan daarvoor uitstekend terecht in Sluiproutes & dwaalwegen, een studie van Anthony Mertens uit 1991. Die belichtte daarin fragmenten van de roman en toonde aan dat ze voor een belangrijk deel uit aangepaste citaten bestaan. Die zijn afkomstig uit vele en heel diverse bronnen. In het geheel van de roman blijken deze ontleningen steeds een bijzondere functie te hebben.

Terugschrijven
Vanaf 1971 schreef Vogelaar voor De Groene Amsterdammer boekbesprekingen en essays. Ook aan tijdschriften (zoals het in 2009 opgeheven Raster, waarbij hij vanaf 1967 was betrokken) leverde hij vele bijdragen. Regelmatig werden die gebundeld, onder meer in Kunst als kritiek (1972), waarin stukken zijn opgenomen over literatoren als Adorno, Benjamin, Goldmann, Lukacs en Marcuse, Konfrontaties (1974), Het mes in beeld (1976) en Oriëntaties (1983). De bundel essays (over onder meer James Joyce, Flaubert, Kafka en Virginia Woolf) die in 1987 onder de titel Terugschrijven verscheen, werd genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs 1988.

Een meisje van acht
Als kind was Nora in de roman De dood als meisje van acht niet bepaald gelukkig in het dorp Moorgat. De mensen en dieren daar (varkens, de incarnatie van het kwaad) vervulden haar met een diepe afschuw. Op een dag nam ze op vreselijke manier wraak op mens en dier. Haar enige vrienden waren de dikke Mona en haar Jean. Maar als meisje van acht moest zij machteloos toezien toen de inwoners van Moorgat afrekenden met die weerloze vrienden. ‘Wat bleef was een meisje van acht… gedoemd dat voor altijd te blijven: een meisje van acht dat wilde vliegen en het op het moment dat het misschien gekund had, naliet…’

Verbanden
Een literaire streekroman, zo is De dood als meisje van acht wel genoemd. Heftige conflicten zijn weliswaar de motor van het gebeuren, maar in de roman is meer aan de hand. De gebeurtenissen, waargenomen door de ogen van een (in dubbele zin) onnozel meisje, herinnerd door de vrouw die zij nu is, bieden een mogelijke verklaring voor haar situatie in het heden. In een van de bijdragen in Speelruimte (1991), een bundel lezingen, legt Vogelaar een verband tussen deze roman en zijn ‘boerenroman’ Vijand gevraagd (1967). Zo'n verband is er ook met het onder pseudoniem (Koba Swart) geschreven Nora. Een val (1984).

Essaybundels
In het verlengde van De dood als meisje van acht ligt ook een roman uit 1994: Weg van de pijn. De 13-jarige Ben, een broer van Nora, komt na een barre tocht oog in oog te staan met zijn vader. Die wijst hem dan af met de woorden ‘Ik heb al een zoon.’ Een jaar eerder was Striptease van een ui verschenen, een essaybundel die nauw aansluit op het eerdere Terugschrijven, met onder meer bijdragen over Hermann Broch, Robert Musil, Witold Gombrowicz en Milan Kundera. Andere essaybundels zijn Uit het oog (1997), Meer speelruimte (1998, een derde bundel Terugschrijven) en Je zit niet alleen in je vel : fictieve genres (2010). Inktvraat uit 1998 is een dichtbundel.

Kampliteratuur
Er is gespeculeerd dat de jury van de Constantijn Huygens-prijs 2006 de prijs vooral aan Vogelaar had toegekend ter bekroning van zijn indrukwekkende studie Over kampliteratuur (2006). Hij brengt daarin verslag uit van zijn zoektocht door de literatuur over de goelag-kampen en Duitse concentratie- en vernietigingskampen. Hij belicht de herinneringen, berichten, documenten en verhalen van rechteloze gevangenen die zich in mensonterende omstandigheden op hun ervaringen bleven bezinnen. Naast bekende auteurs als Sjalamov en Solzjenitsyn gaat hij ook in op minder bekende namen als Gustav Herling, Marta Rudzka en Tadeusz Borowski.

Tekst en copyright: Jef van Gool