Nieuwe roman Jeroen Brouwers over seksueel misbruik in jongenspensionaat

Gepubliceerd: 21-07-2014

In 2003 werd Jeroen Brouwers door Klaas Koppe gefilmd op een historische plek in zijn leven: het voormalige jongenspensionaat in Bleijerheide waar hij van 1953 tot 1956, van zijn dertiende tot zijn zestiende, verbleef en waar hij, al fantaserend over de toekomst, zeker wist wat hij wilde: schrijver worden.

Strafkolonie
‘Het was een heel strenge kostschool, afgegrensd met hoge muren, met daarop glasscherven en daarboven prikkeldraadversperringen. Wij zaten hier werkelijk in een soort strafkolonie, zonder ook maar een blik op de buitenwereld.’ Dat zich in die strafkolonie ook zaken afspeelden die het daglicht niet konden verdragen, blijkt in zijn roman Het hout die op 10 oktober bij Atlas Contact zal verschijnen.

Seksueel misbruik
In het door Broeders Franciscanen geleide jongenspensionaat was er in die jaren ook seksueel misbruik, naast vernedering en sadisme. Broeder Bonaventura was er getuige van en zweeg, zoals iedereen. Maakt dit hem medeplichtig? Het hout geeft een indringend beeld van de misdaden en de hypocrisie in de roomse kerk, die heden nog de verontwaardiging en frustratie oproepen van wie er het slachtoffer van zijn geweest.

Vijftig jaar schrijverschap
Met Het hout markeert Brouwers vijftig jaar schrijverschap. In 1964 debuteerde hij met de verhalenbundel Het mes op de keel. Hij is de laureaat van vele prijzen, waaronder de AKO Literatuurprijs, de Multatuliprijs, de Gouden Uil, Humo’s Gouden Bladwijzer en de Prix Fémina Etranger voor de Franse vertaling van Bezonken rood. Zijn volledige oeuvre werd in 1993 bekroond met de Constantijn Huygensprijs en in 2007 met de Prijs der Nederlandse Letteren.

Video en foto's
De video met de opname in Bleijerheide is de tweede film op de auteurspagina van Brouwers op Literatuurplein. Op de website van Klaas Koppe staan op de aan Brouwers gewijde pagina negen foto’s die hij op deze 22ste april 2003 in Bleijerheide maakte, waaronder de foto hiernaast. Het onderschrift daarbij is ontleend aan ‘Heimwee’ (2004) van Brouwers: ‘Daar ligt ie, zei ik op de kleine kloosterbegraafplaats die men na alle afbraak en renovatie intact heeft gelaten en die de fotograaf en ik ter afsluiting aandeden, onze schoenen raakten bemodderd in de vette klei. Daar liggen ze trouwens allemaal van toen, van vroeger, de rokkendragers die in opdracht van mijn ouders mijn eerste leven hebben verpest en mijn karakter vertekend, ze zijn eerder doodgevallen dan ik. Hij was de ergste. Ik hoor hem nog: Heimwee! riep hij smalend, het woord begeleidend met een additionele klap tegen mijn kop.’

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein