Nobelprijs voor Patrick Modiano

Gepubliceerd: 09-10-2014

De Zweedse Academie heeft zonet in Stockholm bekendgemaakt dat de Nobelpriis voor Literatuur 2014 is toegekend aan.de Franse schrijver Patrick Modiano. Zoals gebruikelijk licht de Academie haar keuze in een enkele zin toe: 'for the art of memory with which he has evoked the most ungraspable human destinies and uncovered the life-world of the occupation'.

Provocerend
Herinneringen en de zoektocht naar de Joodse identiteit staan centraal in het werk van Patrick Modiano. De gedempte, melancholieke toon die zijn handelsmerk zou worden, was nog niet aanwezig in de roman waarmee hij in 1968 debuteerde. La Place de l'Etoile (De plaats van de ster) is een provocerende aanval op de sfeer van collaboratie in Frankrijk. Die maakte gedurende de Tweede Wereldoorlog de Jodenvervolging mede mogelijk. Het provocerende lag vooral in het feit dat de hoofdpersoon Schlemilovitch, een Joodse overlevende, in zijn naoorlogse wanhoop gekweld wordt door koortsdromen waarin hij beul, SS-er en zelfs minnaar van Eva Braun wordt.

Herinneringen
In de meeste boeken van deze grootmeester van de nostalgie bijten de hoofdpersonen zich door een voorval, voorwerp of herinnering vast in onderzoek naar de latere levensloop van mensen die ooit kortere of langere tijd hun pad hebben gekruist. Chien de printemps (1993, Hondelente) is daarvan een treffend voorbeeld. Bij de ikfiguur komen in de lente van 1992 herinneringen boven aan de maanden in 1964 toen hij contact had met Francis Jansen, een fotograaf. Deze Jansen deed in 1939 samen met de bekende fotograaf Robert Capa verslag van de Tour de France en legde in dat jaar met Capa ook de uittocht vast van vluchtelingen na de oorlog in Spanje.

Schimmige identiteit
In Du plus loin de l'oubli (1996, Uit verre vergetelheid) blikt de ikfiguur eveneens, net als in het voorafgaande Hondelente, terug op een periode in het jaar 1964. De verteller, zoals alle Modiano-figuren voorzien van een schimmige identiteit, ontmoet bij toeval de al even schimmige Jacqueline, die verblijft in een hotel in het Quartier Latin. Ze krijgen een verhouding en gaan in de zomer van 1964 naar Londen. Uiteindelijk verdwijnt ze weer uit zijn leven. Pas vijftien jaar later ontmoet hij haar kortstondig in Parijs en weer vijftien jaar later meent hij haar opnieuw te zien in de metro. Het thema van Modiano par excellence.

Op zoek naar het eigen verleden
Kleine Bijou (La petite Bijou) en Nachtelijk ongeval (Accident nocturne) dateren van respectievelijk 2001 en 2003. Na een vluchtige ontmoeting gaan de hoofdpersonen daarin op zoek naar een ander en naar hun eigen verleden. Zo volgt in Kleine Bijou de 19-jarige Thérèse een vrouw, in wie ze haar moeder denkt te herkennen. Die is twaalf jaar geleden verdwenen. Alle woorden in haar hoofd ten spijt, spreekt zij haar niet aan, ook niet als ze later weer opduikt. In Nachtelijk ongeval dwaalt een jongeman, op zoek naar de jonge vrouw die hem 's nachts heeft aangereden, door het Parijs van de jaren zestig, terwijl flarden herinneringen ronddwalen in zijn gedesoriënteerde geest.

Verloren leven
In Villa Triste (1975) ontvlucht een jongeman in de vroege jaren zestig om onduidelijke redenen het roerige Parijs en trekt naar een mondain vakantieoord, waar hij voorwendt een graaf te zijn. Hij klampt er zich vast aan een aan lager wal geraakte arts die zich thuis lijkt te voelen in de mondaine omgeving, maar in feite ook uit het ware leven is verbannen. Het decor van In het café van de verloren jeugd (Dans le café de la jeunesse perdue) (2007), een titel die op zich veelzeggend genoeg is, is een café in Parijs in de jaren zestig, bevolkt door mensen met een onbestemd of verzwegen verleden. Een van hen is Louki, van wie ook niet duidelijk wordt waarom zij op zoek is naar een schuilplaats.

In de mist verdwenen
‘Daar gaat dit werk eigenlijk over: wat is geheugen, wat is herinnering? Als je een boek van Modiano leest, dan word je er helemaal in meegezogen. Maar als je het uit hebt en je probeert het te reconstrueren, dan is het opgelost, in de mist verdwenen.’ Dat zei Bernlef in een aflevering van Knetterende Letteren naar aanleiding van het verschijnen van het door hem vertaalde Een stamboek (Un pedigree, 2005). Ondanks de titel voelt Modiano zich daarin geen stamhouder. Zijn ouders noemt hij ‘de humus, of de mest waaruit ik ben ontsproten’. In de relatie tot zijn moeder, ‘een knap meisje met een hart van steen’, voelde hij zich als het hondje dat ze eens had gekregen maar waar ze niet naar omkeek. Het pleegde uiteindelijk zelfmoord door uit een raam te springen.

Liefdeloze jeugd
Was het verleden van zijn moeder, een Vlaamse actrice die in juni 1942 naar Parijs was uitgeweken en alles opzij zette voor het vergeefs nagejaagde succes op toneel, in Een stamboek goed te reconstrueren, voor het leven van zijn vader gold dat niet. Deze zoon van een vader uit Thessaloniki die tot een joodse familie uit Toscane behoorde en zich met louche zaken inliet, trok zich al evenmin iets aan van Patrick en diens broer Rudy. Voor een goed begrip van het werk van Modiano is dit in een uitgebeten stijl geschreven boek over een liefdeloze en eenzame jeugd een cruciaal werk.

Nostalgie
Ook de recente roman De horizon (L’horizon, 2011) is het verhaal van een nostalgische speurtocht. Een Parijse schrijver gaat op zoek naar een vrouw, met wie hij vele jaren geleden een relatie had. Samen droomden ze van een horizon waarin ze niet langer door spoken uit het verleden zouden worden opgejaagd, tot zij op een dag halsoverkop de nachttrein naar Berlijn nam. Nog een stap verder gaat Modiano in Het gras van de nacht (L’herbe des nuits, 2012), zoals veel van zijn werk in vertaling verschenen bij Querido. Een Parijse schrijver keert op een wandeling in Montparnasse door een bres in de tijd terug naar 1966, het jaar waarin zijn vriendin werd gezocht wegens betrokkenheid bij een moordzaak. In zijn dagboeken uit die tijd gaat hij nog verder terug: tot 1878 toen hij in een boekhandel een vroegere minnares van Baudelaire ontmoette...

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein