Lodewijk de Boer overleden

Gepubliceerd: 05-06-2004

‘Ik heb de Tweede Wereldoorlog bewust meegemaakt: luchtalarm, vluchten, kijken waar de bommen vielen.’ Dat zei Lodewijk de Boer in november 1998 in een interview met Annemieke Hendriks in De Groene Amsterdammer. Zijn werk schampte altijd langs de oorlog, ook The Family, zijn vierdelige theaterserie uit 1972-1973 over de bewoners van een kraakpand die hij zelf typeerde als surrealisme in de vorm van overacted volkstoneel, zonder freudiaanse motieven, zonder vragen over hoe de mens in elkaar zit. ‘Het ongedefinieerde geweld, de totale onthechting, de vader die fout is geweest en door zijn twee zoons uit huis wordt geschopt. Een absoluut slechte man, die zijn vrouw, die joods was, aan de moffen heeft uitgeleverd en vervolgens zijn dochter heeft verkracht.’ Veel drama maar niet meer dan in welke Griekse tragedie ook. ‘Daar eet de vader zijn kinderen op, wat dacht je daarvan!’

Het creëren van The Family was een collectief gebeuren, waaraan ook de acteurs Huib Broos en Gees Linnebank het hunne bijdroegen. Het was ingebed in de sfeer van het Amsterdam van die dagen, de krakers, de opstanden op de Nieuwmarkt, maar vond ook buiten de voorhoede grote weerklank. ‘De hele Jordaan trok erheen, zalen vol. Het volk zag meteen dat de geweldstructuren in de voorstelling dezelfde waren als die het zelf in zich had.’ In 1973 regisseerde hij zelf de verfilming.

Lodewijk de Boer werd op 11 februari 1937 in Amsterdam geboren. Zijn moeder was een jongere zus van Lou Lichtveld, de schrijver Albert Helman, naar wie hij was vernoemd. Zij vertelde in zijn jeugd geen sprookjes maar verhalen over Anansi en had een gloeiende hekel aan alles wat Nederlands was. Zijn vader, Douwe de Boer, was geschiedenisleraar, maar zijn natuurlijke vader was de half-Indonesische, in een nazikamp omgekomen beeldhouwer Frits van Hall. Douwe de Boer was ook amateur-pianist en zette hem op het spoor van de muziek. Hij ging naar het conservatorium en werd in 1961 altviolist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij zou dat tot 1968 blijven, maar hield zich onderwijl ook met andere zaken bezig. Gefascineerd door het absurdistische theater van Samuel Beckett en Eugène Ionesco begon hij zelf stukken te schrijven. Zijn eerste eenakter, De kaalkop luistert, werd in 1963 door studenten opgevoerd. Daarna schreef hij stukken voor theatergroep Studio, het gezelschap waarvan hij in 1968 naast Kees van Iersel de vaste regisseur werd.

Na een paar seizoenen vertrokken bij Studio, was hij daarna nooit meer vast verbonden aan een gezelschap. Voortaan zou hij als gastregisseur, bij onder meer het Nieuw Rotterdams Toneel, Globe, het Publiekstheater en De Appel, zijn stempel drukken op tientallen voorstellingen, waarvan Wie is er bang voor Virginia Woolf? met Edwin de Vries en Wil van Kralingen in 2002 de laatste was. Medio jaren ’70, toen hij een jaar bij het Willem Breuker Kollektief speelde, begon hij te experimenteren met een theatervorm waarin tekst en muziek samenkwamen. Ter gelegenheid van het festival Het gekantelde universum, een confrontatie met zijn werk van 18 januari tot en met 13 februari 1993 in Utrecht, bracht International Theatre & Film Books in vier delen al zijn theaterteksten in chronologische volgorde samen. De vier delen van The Family vormen het tweede deel. Hoezeer zijn stukken ook de tijdgeest ademen, zijn levendige dialogen en experimenten met theatrale vormen maken ze tegelijk tijdloos.

‘Soms heb ik het even een beetje moeilijk met mezelf,’ zei hij in het interview met Annemieke Hendriks. ‘Dat alles moeizaam gaat, ik weet niet waardoor. Door de weldaad van deze tijd, waarin echte ontevredenheid geen kans meer krijgt, waarin alles genivelleerd is? Indertijd bestond de arbeider nog, we waren vóór de arbeider. Nu ben ik helemaal niet meer voor de arbeider. De impulsen ontbreken om ergens tegen in verzet te komen. Ja, natuurlijk is er nog genoeg ellende, maar... Misschien is het ook gewoon de ouderdom, fysieke vermoeidheid.’ Gisterenavond is hij, 67 jaar oud, in Amsterdam overleden. Hij wordt in besloten kring begraven.

Delen
Koppelingen
Personen