Dichter van ‘De Achttien Dooden’ door medegevangenen gedood?

Gepubliceerd: 19-02-2005

‘Het gedicht “De achttien Dooden” ligt al klaar om volgende week te worden voorgelezen. Dat zal nu dus niet gebeuren.’ Dat zegt oud-raadslid voor de CPN Heiltje de Vos in een reportage van Godert van Colmjon in NRC Handelsblad van vandaag. Dat het bekende gedicht niet zal worden voorgelezen bij de herdenking van de februaristaking, heeft te maken met de onthulling dat de auteur ervan, Jan Campert, in Neuengamme niet van uitputting is omgekomen, zoals tot nu werd aangenomen, maar dat hij wegens verraad door Nederlandse medegevangenen in het kamp is geliquideerd.

Dat is, 62 jaar na de dood van de dichter, aan Van Colmjon onthuld door de voormalige verzetsman Gerrit Kleinveld. Die vernam de ware toedracht van Jan van Bork (1909-1987) die in Neuengamme blokoudste was van de barak waar Jan Campert verbleef. In de hoop op lichter werk en extra eten zou die geprobeerd hebben in het gevlei te komen bij de Duitsers, waarbij hij uiteindelijk zo ver zou zijn gegaan dat hij de namen van enkele leden van de geheime kampraad had verraden. De aanleiding voor de ernstig zieke Kleinveld (90) om na zoveel jaar het stilzwijgen daarover te verbreken is het feit dat in Wie weet slaag ik in de dood, de onlangs verschenen biografie van Campert door Hans Renders, geen vraagtekens worden gezet bij de omstandigheden rond zijn dood. ‘Nu wil ik niet langer mijn mond houden.’

Het dodenboek van Neuengamme vermeldt bij het overlijden van Jan Campert op 12 januari 1943 om 13:30 uur: ‘stoornis van hartfunctie en bloedsomloop in combinatie met pleuritis’. Renders zette dat in zijn biografie al om in: ‘de verschrikkelijke leef- en arbeidsomstandigheden in het kamp’. Het verhaal over de liquidatie kende hij niet. ‘Trouwens, wie wel?’ Hij heeft inmiddels met Kleinveld gesproken en vindt diens verhaal aannemelijk. ‘Het sluit aan bij het beeld dat uit mijn eigen onderzoekingen naar de levensloop van Campert naar voren is gekomen,’ zei hij tegen Van Colmjon. ‘Ik geloof dat het in Neuengamme zo is gegaan. Er deden direct na de oorlog al veel geruchten en bedenkelijke verhalen over Campert de ronde, maar die kwamen van mensen die zelf in de oorlog niet allemaal even brandschoon zijn geweest. Maar dit verhaal komt uit een onverdachte hoek van het voormalige verzet.’ In zijn biografie had hij de postume reputatie van Campert als verzetsheld al gerelativeerd.

Ook directeur J.C.H. Blom van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie neemt het verhaal van Kleinveld serieus. ‘Het raakt het laatste taboe van de oorlog: de onderlinge liquidaties. Ik ben van mening dat het weliswaar in strikte zin een onbewijsbaar verhaal is, maar ook dat het zeker plausibel is.’ Van Colmjon heeft ook contact gehad met Jans zoon Remco en citeert met diens toestemming uit een brief van 15 februari: ‘De gruwelen van de oorlog houden nooit op. De schok is groot, maar op mijn leeftijd te verdragen, denk ik. Ik zie zeer op tegen de te verwachten belangstelling van de media; ik zal dan ook een krachtige poging doen me daaraan te onttrekken.’

Zie ook: LiTTerair van 21 februari 2005

Update
In het Radio 1 Journaal van maandagochtend zei Anton Korteweg, voorzitter van de Jan Campert Stichting, dat hij op korte termijn overleg zal voeren met Else van Dijk, wethouder van cultuur van de gemeente Den Haag, die de Stichting subsidieert. Aangezien de Stichting in 1947 is opgericht ter herdenking van de schrijvers die voor hun medewerking aan het verzet met hun leven hebben betaald, achtte hij het niet uitgesloten dat zij van naam zou veranderen. Eerst wil hij onder meer ook met directeur Blom van het NIOD een gesprek over de zaak voeren. Volgens TV West moet de gemeente Den Haag uiteindelijk beslissen over een naamswijziging. De naam van Menno ter Braak zou in dat verband al zijn genoemd. Korteweg zelf zei desgevraagd in de Haagsche Courant dat je bij een naamswisseling natuurlijk snel uitkomt bij Louis Couperus. Om een afweging te kunnen maken over de naam van de Jan Campert Stichting heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag dinsdag besloten de gemeentearchivaris een historisch feitenonderzoek te laten doen naar de omstandigheden rond de dood van Jan Campert en naar de Stichting, vanaf de oprichting tot heden.

In zijn column in de Volkskrant van maandag, onder de titel ‘Neuengamme’, schrijft Remco Campert dat, hoe graag hij het ook zou willen, hij geen reden of feit kan bedenken om Hans Renders en Hans Blom niet te volgen in hun oordeel dat de versie van Gerrit Kleinveld aannemelijk is. ‘Er zijn geen getuigen meer in leven: het verhaal is van oor tot oor gefluisterd en nu in de openbaarheid gekomen. Alles wat ik er tegen in breng, zou een slag in de lucht zijn.’ Hij pleit ervoor ‘Het lied der achttien dooden’ te redden uit ‘deze gruwzaamheid’ en eindigt wat hemzelf (en anderen) betreft met de bekende dichtregels van Leo Vroman: ‘Kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen, / en herhaal ze honderd malen: / alle malen zal ik wenen.’ Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft inmiddels laten weten dat de nieuwe onthullingen niets afdoen aan de kracht van ‘Het lied der achttien dooden’. Het kan zeker nog worden voorgedragen bij de jaarlijkse 4 mei-herdenkingen.


Relevante link: ‘Ik wil niet langer zwijgen’ (reportage door Godert van Colmjon, NRC Handelsblad, 19 februari 2005)